Door Henk Knotterus:
Op een Dempie in de Bickersgracht
Even verderop tegenover de school staan knotwilgen aan het water. Om het jaar worden ze gesnoeid en dan helpen leerlingen mee. Ditmaal vlochten ze wilgentakken tot een mat, die legden ze in de sloot en alle rommel uit de sloot harkten ze er boven op, dit hadden ze een paar maal herhaald zodat er toch al een aardig eilandje begon te drijven, plastic, flessen. Het snoeien van de wilgen ging voorspoedig en het eilandje rees steeds meer uit boven water. Nu was de vraag of het drijfvermogen voldoende was om iemand te kunnen dragen. Als dat het geval was, dan had je een dempie, een drijvend eiland. Wie een drijvend eilandje had kon het vastleggen aan zijn eigen land en zo werd een Amsterdammer een grootgrondbezitter. Duif was niet de eerste allochtoon die op die manier een eigen stuk land had veroverd. Hij stond er trots op te zwaaien. Zijn eilandje maakte toch wel water. Zakte het niet weg in de stinkende sloot van de grootstedelijke politiek?
Philip Snijder
Zondagsgeld
Atlascontact 2007