De tuinman en de dood
Een Perzisch Edelman:
Vanmorgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: ‘Heer, Heer, één ogenblik!
Ginds, in de roos hof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.
Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.
Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!’
Vanmiddag – lang reeds was hij heen gespoed –
Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.
‘Waarom,’ zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
‘Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?’
Glimlachend antwoordt hij: ‘Geen dreiging was ’t,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,
Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan,
Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.’
Oud Perzisch gedicht*

*Het gedicht De Tuinman en de dood werd in Europa geïntroduceerd door de Franse schrijver/filmmaker Jean Cocteau, in zijn roman Le grand écart, die drie jaar vóór Van Eycks gedicht De Tuinman en de dood werd gepubliceerd.
Net als in Van Eycks versie speelt Cocteau’s verhaal zich af in Perzië en is de hoofdpersoon een Perzische aristocraat. Omdat deze aanpassingen van Roemi’s verhaal vrij specifiek zijn, net als Isfahan als vluchtlocatie, is het niet aannemelijk dat Van Eyck onafhankelijk van Cocteau het verhaal van Roemi (1207-1273) heeft bewerkt. Daarom wordt ervan uitgegaan dat Van Eyck – afhankelijk van het gekozen perspectief – óf Cocteau heeft geplagieerd óf zich zonder bronvermelding door de Fransman heeft laten inspireren.
Tip van Knot: Herman Franke behandelde deze kwestie in het boek De tuinman en de dood van Diana (1999).